ECLI:NL:CRVB:2006:AY0172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellante ontving sinds 1994 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na onderzoek van het Team Fraudebestrijding van de gemeente Tilburg en op basis van gegevens van de Sociale verzekeringsbank is vastgesteld dat appellante een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon, [S.].
Het College beëindigde daarom de bijstandsuitkering per 1 februari 2005 en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 3 van Pro de WWB en het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998, de registratie van gezamenlijke huishouding op grond van de AOW geldt. De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank had vastgesteld dat appellante en [S.] een gezamenlijke huishouding voeren. Dit is bevestigd door eerdere uitspraken.
Daarom moet appellante worden aangemerkt als gehuwd en kan zij geen aanspraak maken op bijstand als alleenstaande. De beëindiging van de bijstandsuitkering is terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante wordt terecht beëindigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.