ECLI:NL:CRVB:2006:AY0422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stopzetting korting WAO-uitkering na wegvallen arbeidsinkomsten
Appellant ontvangt sinds 3 augustus 1991 een WAO-uitkering op basis van een dagloon vastgesteld op f 64,35. Na het aangaan van een dienstverband in 1998 werd zijn uitkering gekort vanwege inkomsten uit arbeid, conform artikel 44 WAO Pro. Na beëindiging van dit dienstverband in september 2001 heeft het UWV de korting stopgezet en een toeslag toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat het dagloon opnieuw vastgesteld moest worden op basis van de hogere verdiensten bij zijn latere werkgever, met een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens termijnoverschrijding en het feit dat de vaststelling van het dagloon niet aan de orde was in de bestreden besluiten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de besluiten slechts zien op de stopzetting van de korting en de toekenning van een toeslag, niet op de vaststelling van het dagloon. De grieven van appellant ten aanzien van het dagloon vallen buiten de reikwijdte van het bestreden besluit en kunnen niet leiden tot vernietiging daarvan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de stopzetting van de korting op de WAO-uitkering na het wegvallen van arbeidsinkomsten en wijst het beroep van appellant af.