ECLI:NL:CRVB:2006:AY0609
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor getuigenkosten op Curaçao
Verzoekster heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een getuigenverhoor op Curaçao in het kader van een civielrechtelijke vordering tot levensonderhoud bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel van de Wet werk en bijstand (WWB), dat bijzondere bijstand beperkt tot het grondgebied van Nederland.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep van verzoekster door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de kosten weliswaar voortvloeien uit een in Nederland gevoerd civielrechtelijk geding, maar dat de werkzaamheden uitsluitend buiten Nederland, namelijk op Curaçao, worden verricht.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De Raad overweegt dat Curaçao, hoewel onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, in het kader van artikel 11, eerste lid, WWB als buitenland wordt beschouwd en dat er geen zeer dringende redenen zijn om hiervan af te wijken. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor getuigenkosten op Curaçao wordt afgewezen.