ECLI:NL:CRVB:2006:AY0682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Brutering van terug te vorderen bijstand over april 1998
Betrokkene ontving vanaf april 1997 een bijstandsuitkering volgens de gehuwdennorm. Het College van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom trok het recht op bijstand over maart tot mei 1998 in en vorderde kosten terug. Na bezwaar en herziening werd het teruggevorderde bedrag aangepast en verlaagd. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit over de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank het besluit van 26 april 2004 in haar beoordeling had betrokken maar naliet te beslissen over het beroep tegen het besluit van 16 juni 2003 inzake terugvordering. De Raad oordeelde dat het latere besluit van 26 april 2004 het eerdere geheel verving en dat betrokkene geen belang meer had bij een oordeel over het eerdere besluit.
De Raad bevestigde dat de terugvordering bruto moet plaatsvinden, inclusief loonbelasting en premies, omdat verrekening met de Belastingdienst niet meer mogelijk was. De berekening van het College was volgens de Raad correct en in overeenstemming met de geldende circulaire en rekenvoorschriften. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 juni 2003 voor het terugvorderingsdeel niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond, en het beroep tegen het besluit van 26 april 2004 ongegrond. Tevens vernietigde de Raad het besluit van 28 juli 2005.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard; de terugvordering dient bruto te geschieden.