ECLI:NL:CRVB:2006:AY1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ondanks vermoeidheidsklachten
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend vanwege vermoeidheidsklachten, later gediagnosticeerd als myalgische encephalomyelitis (ME). Het Uwv trok deze uitkering in na onderzoek waaruit bleek dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van onafhankelijke medische deskundigen volgde die stelden dat de vermoeidheidsklachten niet medisch objectiveerbaar waren en dat appellante haar eigen werk kon verrichten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, wijzend op de ernst van haar klachten en recente richtlijnen omtrent ME. De Raad overwoog dat het onderzoek van de deskundigen zorgvuldig en volledig was en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die tot een ander oordeel leidden. De Raad hechtte daarom doorslaggevende betekenis aan de deskundigenrapporten en verwierp de grieven van appellante.
De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af omdat het hoger beroep niet slaagde en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering per 26 mei 2002 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.