ECLI:NL:CRVB:2008:BD2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens chronische vermoeidheid
Appellante, werkzaam als fotolaborante, meldde zich in 1995 ziek met klachten waaronder chronische vermoeidheid. Haar WAO-uitkering, toegekend in 1996, werd in 2005 ingetrokken na een herbeoordeling door het UWV, waarbij werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor licht werk zonder prikkelende stoffen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, onderbouwd door medische en arbeidskundige rapporten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en bracht nieuw neuropsychologisch onderzoek in, dat een verminderde cognitieve belastbaarheid aantoonde. De Raad stelde vast dat de toelichting op de belastende aspecten van de geduide functies in hoger beroep voldoende was, en dat de medische grondslag niet onjuist was. Wel oordeelde de Raad dat de toelichting in eerdere procedures ontbrak, waardoor het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde zij het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.