ECLI:NL:CRVB:2006:AY1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij herzieningsverzoek
Verzoeker diende een verzoek tot herziening in tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens deed verzoeker verzet tegen deze beslissing. De Raad stelde vast dat het verzetschrift pas na afloop van de wettelijk gestelde termijn van 5 april 2006 werd ontvangen, namelijk op 12 april 2006.
Tijdens de zitting op 8 juni 2006 verscheen verzoeker in persoon, terwijl de Staatssecretaris van Defensie zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad concludeerde dat de overschrijding van de termijn niet gerechtvaardigd was, aangezien de door verzoeker opgegeven administratieve omissie onvoldoende was om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juni 2006.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.