ECLI:NL:CRVB:2006:AY2201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens loondoorbetalingsverplichting werkgever na einde arbeidsovereenkomst
Betrokkene was als ijshockeyspeler in dienst bij Stichting IJshockey Tigers Nijmegen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die eindigde na afloop van het ijshockeyseizoen op 17 maart 2003. Hoewel betrokkene op 23 maart 2003 nog een wedstrijd speelde, stelde hij dat de arbeidsovereenkomst feitelijk was geëindigd en dat er geen recht op loonbetaling meer bestond.
Na het faillissement van de werkgever en de daaropvolgende aanvraag van betrokkene voor een WW-uitkering, weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) deze uitkering vanwege de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen, maar de Centrale Raad vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelde dat er in de periode tot 23 maart 2003 geen sprake was van een blijvende toestand van opgehouden hebben te betalen, mede omdat een aantal andere spelers wel loon had ontvangen. Bovendien had betrokkene zich niet beschikbaar gehouden voor arbeid na het einde van het seizoen. De aanvraag tot overname van loonbetalingsverplichtingen kon daarom terecht worden afgewezen.
De Raad wees tevens proceskostenvergoedingen af en bevestigde dat het bestreden besluit rechtmatig was. De uitspraak werd gedaan door voorzitter T. Hoogenboom en leden H.G. Rottier en J. Riphagen op 21 juni 2006.
Uitkomst: De aanvraag van betrokkene tot overname van loonbetalingsverplichtingen en WW-uitkering wordt afgewezen.