ECLI:NL:CRVB:2006:AY3389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel wegens late inschrijving en onvoldoende sollicitatie onder WW
Appellant, voormalig verkeerskundige bij de gemeente Delft, ontving een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid die per 1 mei 2003 afliep. Na herstelverklaring per 8 januari 2004 werd appellant verplicht zich in te schrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en te solliciteren. Appellant schreef zich pas op 26 april 2004 in en verrichtte in de periode 5 januari tot 2 februari 2004 geen sollicitaties.
Het UWV legde hem daarom een korting op zijn WW-uitkering op: 10% gedurende 109 dagen wegens late inschrijving en 20% gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij de beslissing op bezwaar inzake zijn Ziektewetuitkering mocht afwachten en dat het UWV te lang deed over de beslissing. Ook stelde hij dat sprake was van dubbele bestraffing.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en bepaalde dat de maatregelen pas per 16 januari 2004 ingaan. Het UWV nam een nieuw besluit, dat deels tegemoetkwam aan appellant. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen zelfstandig belang meer had en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. De Raad oordeelde dat inschrijving bij het CWI en sollicitatieplicht zelfstandige verplichtingen zijn en dat het UWV terecht maatregelen oplegde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.