ECLI:NL:CRVB:2006:AY3558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding hyperthermiebehandeling bij gemetastaseerd maagcarcinoom wegens gebrek aan gebruikelijkheid
Betrokkene, verzekerde onder de Ziekenfondswet, leed aan een recidief gemetastaseerd maagcarcinoom en vroeg toestemming voor opname en behandeling in Duitsland, waaronder lokale dieptehyperthermie. Het Ziekenfonds weigerde toestemming omdat de behandeling niet gebruikelijk was en geen overeenkomst bestond met een wettelijke ziektekostenverzekeraar.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de gebruikelijkheid van de behandeling, maar wees een proceskostenveroordeling af. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het vonnis voor zover het proceskosten betreft, waarbij het Ziekenfonds werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Na nader medisch onderzoek handhaafde het Ziekenfonds de weigering. De Raad oordeelde dat de hyperthermiebehandeling bij gemetastaseerd maagcarcinoom niet gebruikelijk is in de kring van beroepsgenoten, mede gelet op internationale wetenschappelijke literatuur en richtlijnen. De Raad wees het beroep tegen het besluit van 1 maart 2005 af en bevestigde de weigering van vergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van vergoeding van hyperthermiebehandeling wordt ongegrond verklaard.