ECLI:NL:CRVB:2006:AY3587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename medische beperkingen bij WAO-uitkering na verkeersongeval
Appellante, werkzaam in een broodjeszaak, raakte in 1995 en opnieuw in 2000 betrokken bij auto-ongelukken waarna zij arbeidsongeschikt raakte. Na een eerdere intrekking van haar WAO-uitkering in 1997 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, vroeg zij opnieuw een WAO-uitkering aan in 2000. Dit verzoek werd geweigerd omdat de medische beperkingen niet waren toegenomen sinds de eerdere vaststelling.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de beperkingen ongewijzigd waren en kende geen WAO-uitkering toe. Het rapport van de neuroloog Kuster, waarin sprake was van klachten, werd door de rechtbank en de Raad niet doorslaggevend geacht vanwege gebrek aan objectieve onderbouwing en inconsistenties.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. Appellante slaagde er niet in nieuwe, overtuigende medische gegevens te overleggen die een toename van beperkingen aantoonden. De Raad wees ook een laat ingediend stuk van appellante af wegens overschrijding van de termijn.
De Raad concludeerde dat de beperkingen voortkomen uit dezelfde ziekte-oorzaak, maar niet zijn toegenomen sinds 1996, zodat appellante geen recht heeft op een WAO-uitkering per 25 november 2000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.