ECLI:NL:CRVB:2006:AY3766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Appellante, zelfstandig exploitante van een friture/snackbar, vroeg in april 2001 een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds augustus 2000. Het UWV weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. Na bezwaar en herbeoordeling bleef het besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er miscommunicatie was binnen het UWV en dat zij onterecht niet opnieuw gekeurd was. Het UWV erkende gebreken in de arbeidskundige grondslag, met name dat functies waren geselecteerd die niet representatief waren of niet bestonden op de datum in geding.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit op een ontoereikende arbeidskundige basis berustte en vernietigde het besluit. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat nieuw onderzoek een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% aantoonde. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.