ECLI:NL:CRVB:2006:AY3901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellant was werkzaam als adviseur/medewerker arbeidsvoorwaarden en viel uit wegens spanningsklachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast en berekende het maatmaninkomen op basis van het laatst genoten loon bij de Stichting Sawor.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit van het UWV vanwege het niet meenemen van arbeidsvoorwaardelijke loonaanpassingen en gaf opdracht tot herziening. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verhoogd.
Appellant voerde aan dat het maatmaninkomen over het gehele refertejaar moest worden vastgesteld en dat er medische noodzaak was voor een urenbeperking. De Raad oordeelde dat de laatstelijk vervulde functie de juiste basis vormt voor het maatmaninkomen en dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak en het nieuwe besluit van het UWV. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.