ECLI:NL:CRVB:2006:AY3917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na schade aan bedrijfsauto
Appellant was sinds 17 juni 2002 in dienst bij een werkgever als chauffeur/verkoopmedewerker. Tijdens het dienstverband veroorzaakte hij meerdere keren schade aan een bedrijfsauto. De werkgever waarschuwde hem schriftelijk dat bij herhaling de arbeidsovereenkomst zou worden beëindigd. Op 2 april 2004 veroorzaakte appellant opnieuw schade en meldde dit niet, waarna hij op staande voet werd ontslagen. Dit ontslag werd later ingetrokken en de arbeidsovereenkomst ontbonden met een vergoeding.
Het UWV weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de verwijtbare gedragingen voldoende waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Zij stelt vast dat appellant zich bewust was van de waarschuwing en verwijtbaar heeft gehandeld. Het hoger beroep faalt omdat appellant geen nieuwe feiten of argumenten aanvoert die tot een ander oordeel leiden. De Raad acht het besluit van het UWV terecht en bevestigt de weigering van de WW-uitkering.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.