ECLI:NL:CRVB:2006:AY3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen herziening mogelijk van uitspraak op verzoek voorlopige voorziening
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter had een eerdere voorlopige voorziening toegewezen, maar na het niet tijdig nemen van een nadere beslissing door het Uwv, werd een nieuw verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang was komen te vervallen.
Verzoeker deed daarop een verzoek op grond van artikel 8:87 en Pro subsidiair artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot opheffing, wijziging of herziening van de uitspraak van 13 juni 2006. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 8:87 alleen Pro van toepassing is indien een voorlopige voorziening is getroffen, wat hier niet het geval was.
Daarnaast is artikel 8:88 Awb Pro niet van toepassing op uitspraken op verzoeken om voorlopige voorzieningen omdat deze niet onder titel 8.3 Awb vallen. Daarom kan van een dergelijke uitspraak geen herziening worden gevraagd. Het verzoek werd dan ook afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.