ECLI:NL:CRVB:2006:AY3957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening loonkostensubsidie 2003
Verzoeksters hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin hun bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit over loonkostensubsidie 2003 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang.
Tegelijkertijd vroegen zij een voorlopige voorziening om een voorschot van € 500.000,-- op de subsidie toe te kennen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de zaak te complex is om op basis van de beschikbare gegevens een voorlopige beslissing te nemen over de subsidievordering.
De voorzieningenrechter achtte het verzoek kennelijk ongegrond, mede vanwege het risico dat het College het voorschot later moet restitueren en het ontbreken van zwaarwegende belangen aan de zijde van verzoeksters. De Raad is voornemens alle aanhangige zaken van verzoeksters binnen enkele maanden te behandelen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af zonder toepassing van artikel 8:83 Awb Pro en zag geen aanleiding voor kostenveroordeling of griffierechtbepaling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende belangen en hoog restitutierisico.