ECLI:NL:CRVB:2006:AY3961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken belang na tegemoetkoming Sociale verzekeringsbank
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht betreffende een geschil met de Sociale verzekeringsbank (Svb). Tijdens de procedure gaf de Svb aan niet langer vast te houden aan haar eerdere standpunt en besloot tot het afgeven van een nieuw besluit waarin zij alle door appellant gemaakte kosten en de wettelijke rente zou vergoeden.
Na heropening van het onderzoek en nadere uitwisseling van standpunten bleek dat het enige resterende geschilpunt de vraag was of de Svb rente moest vergoeden over de gemaakte onkosten. De Svb heeft ter zitting toegezegd deze kosten en rente volledig te vergoeden.
De Raad oordeelde dat appellant hierdoor geen belang meer had bij de behandeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd overwogen dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang na volledige tegemoetkoming door de Sociale verzekeringsbank.