ECLI:NL:CRVB:2006:AY3964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning ouderdomspensioen wegens ontbreken verzekerde periode in Nederland
Appellant heeft verzocht om een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), stellende tussen 1969 en 1971 in Nederland te hebben gewoond en gewerkt. Hij kon echter geen bewijsstukken overleggen van deze dienstverbanden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit, waaruit bleek dat appellant niet voorkwam in relevante administraties van werkgevers, bevolkingsregisters of verzekeringsinstanties in Nederland.
Daarnaast bleek appellant niet verzekerd te zijn geweest volgens het Marokkaanse recht. De Svb weigerde daarom op 9 oktober 2003 het ouderdomspensioen toe te kennen, een besluit dat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit op 22 juli 2005, stellende dat er geen bewijs was voor een verzekerde periode in Nederland of op grond van internationale verdragen.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. Omdat verifieerbare gegevens ontbreken die een verzekerde periode in Nederland aannemelijk maken, is de weigering van de AOW-uitkering terecht. Ook is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het ouderdomspensioen wegens ontbreken van bewijs voor een verzekerde periode in Nederland.