ECLI:NL:CRVB:2006:AY3973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoudsbijdrage voor niet in Nederland verblijvend kind
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de weigering van kinderbijslag voor zijn dochter Yelda bevestigde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had geweigerd kinderbijslag toe te kennen over het eerste kwartaal 2000 tot en met het derde kwartaal 2003, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn dochter in belangrijke mate had onderhouden.
De Svb baseerde zich op het feit dat de onderhoudsbijdragen niet rechtstreeks aan de verzorgster van Yelda of aan Yelda zelf waren betaald, maar aan een neef van appellant en een zus van Yelda, die niet op hetzelfde adres wonen als de verzorgster. Volgens de Svb voldeed dit niet aan de eis van eenvoudige controleerbaarheid.
Appellant stelde dat de bedragen uiteindelijk wel aan de verzorgster waren doorbetaald en dat zijn dochter daardoor in belangrijke mate werd onderhouden. De Raad oordeelde echter dat deze indirecte betalingswijze niet voldoet aan de vereiste controleerbaarheid en dat de Svb de weigering terecht handhaafde. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.