ECLI:NL:CRVB:2006:AY4050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellante, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, werd op 1 september 2002 ontslagen op grond van artikel 100, eerste lid, sub l, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie wegens onbehoorlijk gedrag en herhaalde niet-naleving van ziekmeldingsverplichtingen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde daarop de WW-uitkering met ingang van dezelfde datum wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellante zich zodanig had gedragen dat zij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de feiten zoals door de werkgever en het Uwv gesteld juist waren en dat er geen dringende redenen of verminderde verwijtbaarheid waren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellante onvoldoende nieuwe feiten aanvoerde en haar verwijtbare gedragingen niet ontkende. De Raad concludeerde dat de beëindiging van de dienstbetrekking voorzienbaar was en dat de weigering van de WW-uitkering terecht was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.