ECLI:NL:CRVB:2006:AY4133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis ondanks nieuw gebleken feiten
Appellante verzocht om herziening van een eerder genomen besluit van het UWV waarin haar aanvraag voor een WW-uitkering werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de referte-eis. Deze eis houdt in dat men in de 39 weken voorafgaand aan de werkloosheid in ten minste 26 weken arbeid heeft verricht.
Appellante stelde dat zij door rechterlijke uitspraken recht had op doorbetaling van loon tot 30 maart 1998 en dat uren vanaf 27 april 1998 gelijkgesteld moesten worden met gewerkte uren, waardoor zij alsnog aan de referte-eis zou voldoen. Het UWV handhaafde echter het eerdere besluit omdat ook met deze nieuwe feiten niet aan de referte-eis werd voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het recht op loon tot 30 maart 1998 weliswaar een nieuw feit is, maar dat dit niet leidt tot herziening van het oorspronkelijke besluit. Verder werd geoordeeld dat andere aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis ondanks nieuw gebleken feiten.