ECLI:NL:CRVB:2002:AF3794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis en beschikbaarheidsvereiste
Appellante was in dienst bij een taleninstituut en meldde zich ziek vanaf 30 juni 1997, waarna zij tot 17 oktober 1997 loon ontving. Na herstel verrichtte zij geen werkzaamheden meer en werd het dienstverband ontbonden per 1 september 1998.
Gedaagde stelde dat de eerste werkloosheidsdag op 1 september 1998 viel en dat appellante in de 39 weken daarvoor niet voldeed aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken. Appellante voerde aan dat zij wel beschikbaar was voor arbeid en dat gesprekken met haar werkgever als arbeid moesten worden beschouwd, wat de Raad afwees.
De Raad oordeelde dat appellante niet beschikbaar was voor arbeid vanaf 30 juni 1997, mede omdat zij geen expliciete dienstenaanbieding deed en onderhandelingen over beëindiging van het dienstverband geen arbeid verrichten zijn. De brief van haar advocaat over bereidheid tot werk werd gezien als onderdeel van beëindigingsonderhandelingen en niet als daadwerkelijke beschikbaarheid.
De civiele procedure van appellante tegen haar ex-werkgever om loon te verkrijgen, werd niet als relevant gezien voor het voldoen aan de referte-eis. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees op de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen als alsnog loon wordt toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering omdat appellante niet voldeed aan de referte-eis en niet beschikbaar was voor arbeid vanaf de eerste werkloosheidsdag.