ECLI:NL:CRVB:2006:AY4809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellant betwistte de ontvangst van de aanmaningsbrief en stelde dat de betaling tijdig was verricht, maar door onduidelijke redenen pas later werd bijgeschreven.
De Raad heeft onderzocht of de brief van 3 mei 2005 daadwerkelijk was verzonden en ontvangen, maar door het tijdsverloop kon dit niet worden vastgesteld. Gezien het belang van toegang tot de rechter werd het risico hiervan niet bij appellant gelegd. De Raad concludeerde dat appellant slechts op 12 april was gewezen op de griffierechtverplichting zonder einddatum en dat het te laat bijgeschreven griffierecht hem niet kon worden tegengeworpen.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, het onderzoek voortgezet en het UWV veroordeeld in de kosten van het verzet, begroot op € 644,-. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 juli 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling is gegrond verklaard en het UWV is veroordeeld in de kosten.