ECLI:NL:CRVB:2006:AY4869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij intrekking WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het Uwv trok deze uitkering per 1 september 2001 in, waarna de rechtbank het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde appellant dat de uitkering over de jaren 2001 tot 2003 nog niet was uitbetaald.
Tijdens de procedure bracht het Uwv een besluit uit van 3 juni 2005 waarin werd medegedeeld dat de WAO-uitkering ongewijzigd werd voortgezet. De Raad stelde vast dat met dit besluit geheel aan de bezwaren van appellant was tegemoetgekomen. Omdat het bestreden besluit ziet op de intrekking van het recht op uitkering en niet op de uitbetaling, en appellant geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend, oordeelde de Raad dat appellant geen procesbelang meer had.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.