ECLI:NL:CRVB:2006:AY4871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO-uitkering wegens gewijzigde vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1991 WAO-uitkeringen, maar na een onderzoek naar werkzaamheden als distributeur werd de uitkering geschorst en terugvordering ingesteld wegens onverschuldigde betalingen.
Het UWV stelde in 2001 terugvorderingsbesluiten vast over verschillende perioden. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de berekening onjuist was omdat de kosten niet in aanmerking waren genomen. Tevens betwistte hij de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen eerdere herzieningsbesluiten van het UWV.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit deels gegrond en deels ongegrond, en het bezwaar tegen de herzieningsbesluiten niet-ontvankelijk. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar tegen de herzieningsbesluiten terecht niet-ontvankelijk was, omdat deze besluiten op correcte wijze waren bekendgemaakt.
Na een ambtshalve herziening door het UWV in 2005 werd het terugvorderingsbedrag verlaagd. De Raad vernietigt het eerdere terugvorderingsbesluit over de periode tot 1 augustus 1996 vanwege deze gewijzigde vaststelling van de arbeidsongeschiktheid. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit over de periode tot 1 augustus 1996 wordt vernietigd en het bezwaar tegen eerdere herzieningsbesluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard.