ECLI:NL:CRVB:2006:AY4883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Anw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder bijzonder geval
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de herziening van haar Anw-uitkering door de Sociale verzekeringsbank (Svb), die terugwerkende kracht toepaste vanaf 1 juli 1996 vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding sinds 6 september 1983. De rechtbank Breda had het bestreden besluit in stand gelaten, stellende dat appellante verantwoordelijk is voor het verstrekken van juiste informatie aan de Engelse uitkeringsinstantie en dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van artikel 25, vijfde lid, van de AWW.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en wijst erop dat appellante geen nieuwe argumenten heeft aangedragen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. De Raad benadrukt dat de aansprakelijkheid voor het melden van gewijzigde omstandigheden bij de uitkeringsgerechtigde ligt, ook wanneer eerdere hulp is verleend bij de aanvraag van de uitkering.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit van de Svb en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de Anw-uitkering wordt bevestigd.