ECLI:NL:CRVB:2006:AY5018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt WAO-uitkeringspercentage en toekenning wettelijke rente
Appellant, een archiefmedewerker die wegens psychische klachten arbeidsongeschikt raakte, vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk een uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd het arbeidsongeschiktheidspercentage verhoogd naar 45-55% met een maximale urenomvang van vier uur per dag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep verder af. In hoger beroep stelde appellant dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de functies waarop het UWV zich baseerde niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functies passend waren binnen de beperkingen en urenomvang.
De Raad vernietigde het oordeel over de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het eerste besluit en stelde vast dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door de uitkering niet tijdig toe te kennen. Daarom werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de achterstallige uitkering en tot vergoeding van proceskosten. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellant is terecht ingedeeld in de WAO-arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% met een maximale urenomvang van vier uur per dag en het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.