ECLI:NL:CRVB:2006:AY5159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening aanvullende beurs op grond van onjuiste gegevens zonder kennis betrokkene
De zaak betreft een geschil over de herziening van een aanvullende beurs toegekend aan betrokkene op basis van voorlopige inkomensgegevens van diens ouders. De IB-Groep herzag de beurs met terugwerkende kracht nadat het definitieve inkomen was vastgesteld en vorderde terugbetaling van het te veel ontvangen bedrag. De rechtbank oordeelde dat herziening alleen mogelijk was indien betrokkene wist of redelijkerwijs kon weten dat de oorspronkelijke beschikking onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en stelt dat de wet (artikel 7.1, tweede lid, onder c, Wsf 2000) geen voorwaarde stelt dat betrokkene op de hoogte moet zijn van de onjuistheid voor herziening. De Raad benadrukt dat dit onderscheid in de wetgever's regeling over herziening en terugwerkende kracht essentieel is en niet mag worden genegeerd.
De Raad bevestigt het beleid van de IB-Groep om in geval van te veel toegekende studiefinanciering volledig te herzien, tenzij er meerdere fouten zijn gemaakt en betrokkene redelijkerwijs niet kon weten dat het besluit onjuist was. Betrokkene heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep van appellante wordt daarom gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de IB-Groep wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor het herzieningsbesluit gehandhaafd blijft.