ECLI:NL:CRVB:2006:AY5218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheid na eerstejaarsherbeoordeling WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% toegekend per 10 januari 2001. Na een eerstejaarsherbeoordeling bleef deze mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze bezwaren ongegrond. In hoger beroep werden dezelfde grieven herhaald, waaronder dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het medische rapport van zenuwarts Busard en dat er sprake zou zijn van toename van klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische gegevens, waaronder de rapporten van verzekeringsartsen Hansma, Waasdorp, Winkel en Jonker, voldoende en zorgvuldig zijn en dat het rapport van Busard geen aanleiding geeft tot een ander oordeel. De conclusie van Busard dat appellante niet volledig kan werken is onvoldoende objectief-medisch onderbouwd. Ook is geen aanleiding gevonden om de arbeidskundige grondslag van de schattingen als ontoereikend te beoordelen.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraken van de rechtbank Groningen en verklaart de bezwaren van appellante ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid blijven ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante onveranderd blijft en verklaart het hoger beroep ongegrond.