ECLI:NL:CRVB:2006:AY5377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, een zelfstandig champignonkweker, viel in juni 2001 uit en kreeg een WAZ-uitkering toegekend op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 20 januari 2003 in omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hun onderzoek onder de 25% was gedaald. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onvolledig was, met name dat de slijtageklachten niet goed waren onderzocht en gelokaliseerd, waardoor de resterende verdiencapaciteit niet juist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat appellant in een eerdere procedurefase afstand had gedaan van het bezwaar over de urenomvang en dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts E. Sint Nicolaas zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, inclusief dossierstudie en overleg met de oogarts.
De Raad vond dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de bezwaarverzekeringsarts J.H. Logger, hoewel niet zelf onderzoekend, een toereikende toelichting had gegeven. Ook de arbeidskundige onderbouwing van het besluit was voldoende. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.