ECLI:NL:CRVB:2006:AY5444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering studiefinanciering wegens onjuist woonadres
Appellant had studiefinanciering voor uitwonende studenten ontvangen vanaf 1 oktober 2001. Uit onderzoek bleek dat hij gedurende de periode tot 4 augustus 2003 ingeschreven stond in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van zijn ouders en pas in augustus 2003 het ouderlijk huis verliet.
De IB-Groep stelde daarom vast dat appellant ten onrechte studiefinanciering voor uitwonenden had ontvangen en stelde de studiefinanciering om naar thuiswonende studiefinanciering. Het teveel ontvangen bedrag werd als kortlopende schuld aangemerkt en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk uitwonend was, onder meer vanwege de afstand tot school en stage en het feit dat hij soms bij zijn zus verbleef. De Raad oordeelde echter dat dit onvoldoende bewijs was om het standpunt van de IB-Groep te weerleggen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet thuiswonend was in de betreffende periode. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd.