ECLI:NL:CRVB:2006:AY5531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens toepassing artikel 44 WAO
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering en de terugvordering van een bedrag dat volgens het UWV te veel is uitbetaald. De herziening betrof een aanpassing van de mate van arbeidsongeschiktheid en toepassing van artikel 44 WAO Pro, dat kortingen mogelijk maakt bij inkomsten uit arbeid.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, onder meer omdat het UWV de hoogte van het dagloon correct had vastgesteld en artikel 44 WAO Pro terecht was toegepast. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de toepassing van artikel 44 onjuist Pro was, dat de periode van toepassing verkeerd was vastgesteld en dat de terugvordering via de werkgever had moeten lopen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen, dat de werkzaamheden die appellant verrichtte niet geschikt waren om toepassing van artikel 44 uit Pro te sluiten, en dat de terugvordering terecht op appellant werd gericht. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de terugvordering van te veel ontvangen uitkering.