ECLI:NL:CRVB:2006:AY5545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
Appellant, voormalig verwarmingsmonteur, ontving sinds 2 juni 2003 een WW-uitkering. Op 25 mei 2004 werd hij telefonisch benaderd door een detacheringsbureau voor een mogelijke passende functie, maar het gesprek eindigde zonder overeenstemming. Het UWV besloot daarop de WW-uitkering vanaf die datum geheel te weigeren wegens het niet aanvaarden van passende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er een concreet werkaanbod was gedaan voor de functie van verwarmingsmonteur bij een installatiebedrijf, dat appellant niet had aanvaard. Appellant voerde in hoger beroep aan dat geen concreet aanbod was gedaan, dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht en dat de sanctie onzorgvuldig en disproportioneel was.
De Raad overwoog dat hoewel niet vaststaat dat expliciet een concrete functie was aangeboden, uit de gegevens voldoende blijkt dat appellant duidelijk had moeten begrijpen dat passende arbeid beschikbaar was. Zijn boosheid en het beëindigen van het gesprek in een ruzieachtige sfeer werden hem aangerekend. Het UWV had zorgvuldig onderzoek gedaan en de sanctie was volgens de Raad terecht opgelegd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van de WW-uitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid.