ECLI:NL:CRVB:2006:AY5580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Ziektewet-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellante vroeg ziekengeld aan op grond van de Ziektewet, maar het UWV weigerde dit omdat haar arbeidsongeschiktheid niet was vastgesteld. Het UWV verklaarde haar bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat ook de rechtsgevolgen niet in stand kunnen blijven, omdat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsongeschiktheid van appellante en geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen op spreekuren kon aantonen.
Het UWV had appellante opgeroepen voor spreekuren bij de verzekeringsarts, waarop zij niet verscheen vanwege ziekte en opname in het ziekenhuis. Pas later vond een onderzoek plaats, maar toen was het lastig een goed beeld te krijgen van haar toestand op de oorspronkelijke data. Het UWV had geen nadere medische gegevens ingewonnen en voerde ten onrechte een maatregel op grond van artikel 45 Ziektewet Pro zonder vaststelling van arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigt dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en vernietigt het gehele besluit inclusief de rechtsgevolgen. Het UWV wordt veroordeeld de proceskosten van appellante te vergoeden en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van ziekengeld wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.