ECLI:NL:CRVB:2006:AY5665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Geen eigenrisicodrager WAO wegens ontbrekende garantieverklaring binnen termijn
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde om betrokkene geen toestemming te verlenen voor het eigenrisicodragerschap WAO per 1 juli 2004. Betrokkene had de aanvraag tijdig ingediend, maar de vereiste garantieverklaring werd niet binnen de gestelde termijn ontvangen omdat deze door een verzekeraar aan de verkeerde tussenpersoon was gestuurd.
De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het indienen van de garantieverklaring niet als een harde termijn kan worden beschouwd, mede omdat het Uwv in andere gevallen wel ruimere termijnen had gehanteerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het Uwv administratieve redenen had om sommige werkgevers een langere termijn te geven, waardoor het niet consistent was om betrokkene strikt aan de termijn te houden.
De Raad acht het onredelijk om betrokkene, een kleine werkgever met een eenmalige aanvraag, te benadelen vanwege een fout van de tussenpersoon. De Raad veroordeelt het Uwv tot betaling van proceskosten aan betrokkene en bepaalt dat het Uwv een recht van € 422,- mag heffen. Hiermee wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van het Uwv en bevestigt dat de termijn voor het indienen van de garantieverklaring geen harde termijn is.