ECLI:NL:CRVB:2011:BP3949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toerekenings- en verhaalsbesluit eigenrisicodragerschap WAO
De werknemer trad in 2000 in dienst bij een rechtsvoorgangster van appellante en meldde zich in 2001 ziek. Het UWV kende in 2002 een volledige WAO-uitkering toe aan de werknemer. Appellante vroeg in 2004 aan om eigenrisicodrager te worden met ingang van 1 juli 2004. Het UWV besloot in 2007 dat appellante eigenrisicodrager was en dat zij de WAO-uitkering moest betalen over de periode 2004-2007.
Appellante voerde aan het toestemmingsbesluit niet te hebben ontvangen, maar de rechtbank achtte dit ongeloofwaardig gezien de verzendrapportages en het feit dat de rechtsvoorganger niet had gereageerd op eerdere mededelingen. Ook de garantieverklaring van de verzekeraar dekte het inlooprisico volgens het UWV. Het beroep van appellante op terugkeer naar het publieke bestel werd afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat appellante bekend was met de WAO-uitkering en haar onderzoeksplicht niet kon ontlopen. De Raad wees ook op eerdere uitspraken die het standpunt van het UWV ondersteunen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat appellante eigenrisicodrager is en de WAO-uitkering moet betalen.