ECLI:NL:CRVB:2006:AY5679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en vernietiging UWV-besluit wegens onvoldoende beoordeling psychische beperkingen
Appellant, voormalig bedrijfsleider, meldde zich ziek met rug-, been- en spanningsklachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was, mede door psychische beperkingen en medicijngebruik, onderbouwd met medische rapporten van neurologen en een psycholoog.
De Raad schakelde onafhankelijke deskundigen in: neuroloog Geerlings en psychiater Hoencamp. Geerlings concludeerde dat appellant fysiek meer beperkt was dan het UWV aannam, maar dat sommige functies niet relevant waren voor de bezwaarfase. Hoencamp stelde vast dat appellant naast een ernstige spierziekte ook een depressief beeld had, dat ten tijde van de beslissing onderschat was, en dat appellant niet in staat was de voorgehouden functies te vervullen.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de psychische beperkingen en volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundigen. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de psychische beperkingen van appellant.