ECLI:NL:CRVB:2006:AY5937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15-25%
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had appellant een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, gebaseerd op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.
Appellant stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege de ziekte van Behcet, bijwerkingen van medicatie en psychische klachten, en betoogde dat een onafhankelijk deskundige benoemd had moeten worden. De Raad concludeerde dat de rechtbank de grieven van appellant voldoende had gemotiveerd afgewezen en dat het UWV de medische situatie adequaat had betrokken in haar beoordeling.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 augustus 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%.