ECLI:NL:CRVB:2006:AY5968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen arbeidsongeschiktheid en noodzaak arbeidskundig onderzoek bij WAO-uitkering
Appellant, een buschauffeur in opleiding, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten. Na een initiële beoordeling en toekenning van een WAO-uitkering, meldde appellant toegenomen klachten. Een nieuw medisch onderzoek door verzekeringsarts A. Akyuz concludeerde echter dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.
Het Uwv weigerde daarom verhoging van de WAO-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep overwoog de Centrale Raad dat het aanvullende psychologisch rapport van appellant niet overtuigend was voor de situatie op de relevante datum.
Hoewel bij het bestreden besluit geen nieuw arbeidskundig onderzoek werd verricht, oordeelde de Raad dat gezien het geringe tijdsverloop en het eerdere rapport van de arbeidsdeskundige dit niet tot onjuistheid van het besluit leidde.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van verhoging van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.