ECLI:NL:CRVB:2006:AY5973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en arbeidsongeschiktheid bij herziening WAO-uitkering
Appellante stelde in hoger beroep dat haar arbeidsongeschiktheid reeds in 1998 zodanig was dat zij geen arbeid kon verrichten, onderbouwd met een psychiatrisch rapport en een brief van haar psychiater. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante in staat was passende arbeid te verrichten.
De Raad overwoog dat de verklaringen van de psychiater retrospectief waren en voornamelijk gebaseerd op subjectieve gegevens van appellante zelf. Het standpunt van het UWV werd ondersteund door rapporten van bezwaarverzekeringsartsen, die het oordeel van de rechtbank bevestigden.
Gelet op het ontbreken van objectieve medische gegevens die het standpunt van appellante ondersteunen, en de onderbouwing van het UWV, faalt het hoger beroep en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd dat appellante in 1998 medisch gezien in staat was passende arbeid te verrichten.