ECLI:NL:CRVB:2006:AY5975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank over procesbelang bij weigering ziekengeld
Appellante beviel op 1 december 2003 na 21 weken zwangerschap van een doodgeboren kindje. Haar werkgever vroeg een uitkering op grond van de Ziektewet aan. De verzekeringsarts concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid tot 12 januari 2004 verband hield met de zwangerschap, daarna met het rouwproces. Het UWV weigerde ziekengeld vanaf 12 januari 2004.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat zij gedurende haar arbeidsongeschiktheid volledig werd doorbetaald en er geen concrete financiële gevolgen waren. Ook het mogelijke toekomstige nadeel van premieverhoging werd als onvoldoende belang beoordeeld.
In hoger beroep bestreed appellante dit standpunt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het procesbelang niet vervalt doordat de werkgever het loon doorbetaalt. Het UWV kent immers geen uitkering toe, waardoor appellante belanghebbende blijft. De rechtbank trok volgens de Raad te vergaande conclusies uit jurisprudentie die ziet op situaties zonder geschil over het besluit.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere behandeling. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor nadere behandeling.