ECLI:NL:CRVB:2006:AY6031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering wegens onjuiste medische en arbeidskundige grondslag
Betrokkene, voormalig administratief medewerkster, kreeg een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Appellant herzag deze uitkering per 10 juni 2002 naar een mate van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een FML en KFML opgesteld door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Betrokkene voerde aan dat zij door aanhoudende klachten en psychische problemen niet 20 uur per week kon werken en dat relevante medische informatie niet was ingewonnen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd was met de Awb omdat onvoldoende rekening was gehouden met psychische klachten en de arbeidskundige beoordeling onvoldoende gemotiveerd was. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant ten onrechte geen informatie had ingewonnen bij de behandelend psycholoog en dat het besluit op een ondeugdelijke feitelijke grondslag berustte.
De Raad stelde vast dat betrokkene vanaf 2000 onder psychologische behandeling was, ook tijdens het onderzoek in 2002, en dat de situatie niet wezenlijk verschild van de latere volledige arbeidsongeschiktheid in 2003. Daarnaast ontbrak een adequate motivering van de arbeidskundige beoordeling, met name ten aanzien van niet-matchende punten in de FML.
De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak.