ECLI:NL:CRVB:2006:AY6042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks medische klachten
Appellante, werkzaam als champignonplukster, vroeg een WAO-uitkering aan na uitval door psychische klachten. Het UWV kende aanvankelijk een voorschot toe, maar trok de uitkering later in op grond van een beoordeling dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en haar eigen werk kon hervatten.
De rechtbank Arnhem vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende medische onderbouwing, met name omdat geen aanvullend onderzoek naar de schildklierfunctie was verricht en de psychische belastbaarheid onvoldoende was vastgesteld. Het UWV herzag het besluit en trok de uitkering alsnog in per 16 augustus 2000.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen aanvullend medisch onderzoek te verrichten en onjuiste aannames te maken over haar belastbaarheid en geschiktheid voor het werk. De Raad overwoog dat het UWV voldoende medische en arbeidskundige gegevens had gebruikt, dat de schildklieraandoening niet was bevestigd en dat appellante niet medisch onderbouwd kon aantonen niet in staat te zijn hele dagen te werken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat het UWV niet in strijd met rechtszekerheid had gehandeld. Appellante was op de hoogte gesteld van de mogelijke intrekking en de medische rapporten boden een toereikende grondslag voor het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 16 augustus 2000 wegens geschiktheid voor eigen werk.