ECLI:NL:CRVB:2006:AY6121
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdig betalen van griffierecht, heeft appellant verzet gedaan tegen deze beslissing. Het verzetschrift werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
Appellant voerde aan dat ziekte en ziekenhuisopnames hem verhinderden om tijdig te reageren en dat hij dacht dat de termijn pas na ontvangst van de uitspraak begon te lopen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat in de eerdere uitspraak duidelijk de termijn voor het indienen van het verzet was vermeld.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 9 augustus 2006, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het verzetschrift.