ECLI:NL:CRVB:2006:AY6131
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht herhaaldelijk om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij verbindt aan oorlogsgebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting, waaronder internering en mishandelingen. Verweerster wees de aanvragen af omdat geen bevestiging van deze gebeurtenissen buiten de eigen verklaring van appellante was verkregen en omdat de aangevoerde feiten niet voldeden aan de criteria van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Na meerdere afwijzingen en een niet-ontvankelijk verklaard bezwaar wegens termijnoverschrijding, diende appellante in 2004 opnieuw een verzoek in. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen relevante nieuwe feiten of gegevens werden aangevoerd die aanleiding konden geven tot herziening van het eerdere besluit. De Raad overwoog dat appellante grotendeels dezelfde feiten herhaalde zonder aanvullende bewijsstukken.
De Raad stelde vast dat de ruimere toekenningscriteria van de Algemene Oorlogsongevallenregeling niet relevant zijn voor de Wet en dat psychische klachten zonder vaststelling van oorlogsgeweld niet tot erkenning leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.