ECLI:NL:CRVB:2014:68
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening erkenning vervolgingsslachtoffer Wuv
Appellant, geboren in 1930 in Nederlands-Indië, diende in 1976 een aanvraag in om erkend te worden als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze aanvraag werd destijds afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant vervolging had ondergaan. Appellant maakte destijds geen bezwaar.
In de jaren 2004 en 2010 diende appellant verzoeken tot herziening in, die beide werden afgewezen. Het laatste besluit, waartegen het beroep zich richt, handhaafde de afwijzing omdat appellant geen relevante nieuwe feiten of gewijzigde gegevens had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. De Raad toetst dit besluit terughoudend en concludeert dat de aangevoerde verklaringen geen objectieve bevestiging geven van de gestelde internering tijdens de Japanse bezetting.
De Raad oordeelt dat verweerder destijds voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de erkenning op grond van de Wuv niet kan worden toegekend, ook al geniet appellant wel tegemoetkomingen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), die andere criteria hanteert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.