ECLI:NL:CRVB:2006:AY6132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke weigering beslissing WW-aanvraag gelijkgesteld met besluit, bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard
Appellant heeft op 29 september 2003 een WW-uitkering aangevraagd. Het UWV besloot op 9 oktober 2003 dat appellant recht had op een loongerelateerde uitkering, maar weigerde schriftelijk te beslissen over de vervolguitkering, zoals vermeld in een bijlage bij het besluit. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep stelt appellant dat de bijlage met de mededeling over de vervolguitkering wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat, omdat het een rechtsgevolg heeft. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV feitelijk heeft geweigerd te beslissen over de vervolguitkering en dat deze schriftelijke weigering gelijkgesteld moet worden met een besluit volgens artikel 6:2 Awb Pro.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV moet opnieuw beslissen op het bezwaar van appellant, inclusief het verzoek om vergoeding van juridische kosten en schade. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; het UWV moet opnieuw beslissen en wordt veroordeeld in de proceskosten.