ECLI:NL:CRVB:2006:AY6230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid maatvrouwfunctie ondanks psychische klachten
Appellante, voorheen docente, viel uit met psychische en neurologische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid vanaf februari 2002. Het UWV beëindigde haar uitkering per 3 maart 2003 op grond van een arbeidsdeskundige beoordeling dat zij geschikt was voor de maatvrouwfunctie of soortgelijk werk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd meegewogen dat haar beperkingen, zoals een beperkte verdeelde aandacht, niet zodanig waren dat zij haar werkzaamheden niet kon verrichten. Appellante stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en dat de FML niet aansloot bij haar werkindeling.
De Raad concludeerde dat de door het UWV aangenomen beperkingen juist waren en dat appellante redelijkerwijs kon worden verwacht haar werkzaamheden volledig te hervatten. Er waren geen medische gegevens die een ernstiger beperking ondersteunden. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 3 maart 2003 wordt bevestigd omdat appellante geschikt wordt geacht voor de maatvrouwfunctie.