ECLI:NL:CRVB:2006:AY6232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering zonder bijzondere omstandigheden voorafgaand aan aanvraag
Appellante vroeg bijstand aan met ingang van 15 december 2003 nadat zij tijdelijk woonde bij een vrouwenopvang. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe vanaf die datum, maar weigerde bijstand over de periode daarvoor. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij haar echtgenoot op 3 december 2003 had verlaten en in de periode tot 15 december 2003 geen inkomsten had. De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat volgens vaste rechtspraak en artikel 67 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) bijstand in principe niet wordt verleend vóór de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden aanwezig en sloot zich aan bij de rechtbank. De ingangsdatum van de bijstand werd terecht gesteld op 15 december 2003. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt bevestigd op 15 december 2003 zonder toekenning over de periode daarvoor.