ECLI:NL:CRVB:2006:AY6359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting NAVO-inkomen op toeslag AOW wegens opbrengst van arbeid
Appellante ontvangt een AOW-uitkering met toeslag omdat haar echtgenoot jonger is dan 65 jaar en werkzaam is bij de NAVO. De Sociale verzekeringsbank (Svb) bracht het NAVO-inkomen van haar echtgenoot in mindering op de toeslag, waardoor deze volledig werd gekort. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het inkomen niet als loon beschouwd mocht worden vanwege internationale vrijstellingen en geheimhoudingsregels.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het NAVO-inkomen kwalificeert als opbrengst van arbeid in de zin van het Inkomensbesluit AOW 1996 en dat er geen internationale regel is die dit tegenhoudt. De stelling van appellante dat het inkomen niet bekend mag worden gemaakt, werd niet onderbouwd en faalde mede door de geheimhoudingsplicht van bestuursorganen.
De Raad concludeert dat de korting op de toeslag terecht is toegepast en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de korting op de toeslag AOW wegens het NAVO-inkomen wordt bevestigd.